Dennis Gentenaar – Geweldenaar

Alle odes

Elke zichzelf respecterende bruine kroeg heeft er wel eentje. In traditionele zalencentra in de periferie van Nederland tref je er meerdere. Nee, ik heb het niet over rookruimtes. Dat zijn vaak wanstaltige bouwwerken met een treurige gebruikersschare. Het gaat mij om iets anders. Om het tastbare, sublieme resultaat van vakmanschap, van noeste arbeid, van meten is weten, van frezen en van aflakken met liefde. Kroegmeubilair. Lang voordat tafels, stoelen en kasten met duizenden tegelijk uit fabrieken kwamen, de afgelopen decennia vooral als bouwpakketten, was het een ambacht: meubelmaker. Daar moest je het hoofd en de handen voor hebben. De epische voetballer die dat vak oppakte na zijn carrière? Dennis Gentenaar.

Voordat Nijmegenaar Dennis Gentenaar zich tot tafels wendde, vervulde hij een ander ambacht. Als doelman bij de Nijmegen-Eendracht-Combinatie maakte hij de glorieuze tijden mee van Europees voetbal in De Goffert. Als scholier pendelde ik in die jaren heen en weer tussen mijn woonplaats Didam en Nijmegen als Eniesee moest spelen. Het was een genot om vanachter de goal tussen de andere nuilerds op de tribune een helft naar de immer druk coachende en loeischerpe doelman te mogen kijken.

Zodra de derby tegen Vitesse op het programma stond, wist je dat je het aan Dennis Gentenaar kon overlaten om wat olie op het vuur te gooien. Zo kwam eens de kapster bij hem en zijn vrouw thuis om zijn haren rood-zwart-groen te kleuren op derby-dag. Na tien jaar NEC vond Dennis het welletjes in Nijmegen en zocht hij zijn heil elders. Toen had zelfs de grootste Nijmeegse nuilerd hem al in zijn hart gesloten. Wie weet hoe het gelopen was als hij niet bij zijn oud-clubgenootjes van ZOW (Zonder Oefening Weerloos) die over waren gestapt naar NEC had staan kijken in ’86. Naar verluidt viel toen de NEC-keeper uit en mocht de kleine Dennis zich omkleden. Een kans die hij met beide handen aanpakte.

Zelf kan ik me de heftigheid van de aversie niet voorstellen, maar toen Dennis in Dortmund onder de lat ging staan bij den Schwarz-Gelben was het gemopper onder sommige supporters niet van de lucht. Hoe kon-ie? In Dortmund deed hij het verdienstelijk. Met pijn in het Herz liet men hem tekenen bij Ajax. Helaas kwam Dennis Gentenaar nooit meer zo in de spotlights te staan als in zijn eerste succesperiode in Nijmegen. Misschien vond hij dat ook wel prima. Was hij zijn wilde haren kwijt.

In het Gentse café van het aimabele Vlaamse kroegkoppel Mieke en Jos stond zo’n robuuste tafel. Zo eentje waar het vakmanschap van afdruipt. Het door de tijd geteisterde hout waar tranen van vreugde en verdriet zijn ingetrokken. Waar in de loop der jaren meer speciaal bier op gemorst is dan de doorsnee barbezoeker van zijn leven kan drinken. Met groeven en spleten waarin euromunten met gemak verdwijnen. Het meubelstuk ‘that really ties the room together’ stond daar terecht een rol van betekenis te spelen. De krant die er pontificaal bovenop lag? De Gentenaar. Het moest zo zijn.

Tekst: Sebastiaan de Kroon 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s