Carsten Jancker – De kwaadste (niet?)

Alle odes

Soms word ik gillend wakker. Badend in het zweet. Rechtop zit ik in bed. Razendsnel scan ik de slaapkamer. De man uit mijn nachtmerrie, net was hij er nog. De ijzeren noppen van de door hem opgevreten tegenstander, tufte hij net voor ik wakkerschoot achteloos op de grond. Waar is hij gebleven?

Voor ik weer rustig inslaap verstrijken minuten, soms zelfs uren. Gelukkig passeert hij soms tijdenlang ’s nachts niet de revue, vergeet ik hem zelfs een beetje. Zoals de afgelopen tijd. De saaie, sympathiekelingen kregen de overhand in mijn nachtelijke droombelevenissen. Nu vrees ik dat hij weer langskomt om mijn nachtrust te verstoren, met al die media-aandacht voor de Duitse verdeeldheid. Zijn afschrikwekkende blik en onuitstaanbare Duitse doeltreffendheid gaven mij altijd een umheimisch gevoel. Carsten Jancker, Berufstormacher.

Dat Carsten Jancker bijna de twee meter en de honderd kilo aantikte, kon ik mij niet herinneren. De indringende blik van de geboren Grevesmühlener daarentegen was van onaantastbare omvang. Zelf had ik me niet eens durven omkleden als de naam van Carsten Jancker op een wedstrijdformulier had gestaan. Een held op sokken was ik geweest, in foetushouding achtergebleven onder kleedkamerbank.

Carsten Jancker kleedde zich tijdens zijn carrière om in respectievelijk Wismar, Rostock, Wien, München, Udine, Kaiserslautern, China en Oostenrijk. Feyenoorders dromen nog weleens naar over Carsten. Een Europacup II-finaleplaats ging door Carsten in 1996 in rook op.  Dat wist hij en lachte gemeen richting de camera. Carsten Jancker joeg daarmee een Nederlandse 9-jarige de stuipen op het lijf. Ik was vast niet de enige.

Wat als ik het mis heb? Wat als Carsten Jancker naast het veld een lieve man was die ongelukkigerwijze in een angstaanjagend Duits doodshoofdkostuum terecht was gekomen. Zou ik dan rustig slapen? Gewapend met Duitse zoektermen ga ik op onderzoek uit. Wat ik vind over Carsten Jancker in de verhalenkelder die het internet is, stelt mij toch wat gerust. Carsten Jancker lijkt de kwaadste niet. Zo hielp hij als het druk was zijn vrouw Natascha mee in haar winkel, die Janckers Deco & Co op de gevel had staan. Verder helpt het niet als je met een schaambeenblessure kampt terwijl je angstaanjagend wil zijn. En als je kinderen heimweh hebben, keer je natuurlijk gewoon weer terug naar die Heimat.

Bovendien blijkt Jancker bijzonder kritisch op zichzelf als het gaat om de periodes waarin hij niet presteerde. Die zelfkritiek heeft hij ook op de passieve manier waarop hij ten strijde trok tegen de rechtsradicalen die Carsten Jancker bewonderden. Dat had hij destijds niet zo goed in de gaten, vertelt hij steevast in interviews. Toch had hij geprobeerd zijn haren te laten groeien, om niet met de onfrisse Duitse extreemrechtse onderwereld geassocieerd te worden. Misschien stemde hij zelfs wel keurig CDU, net als de meerderheid in zijn geboortedorp. Voorbeeldige echtgenoot bovendien: altijd kuste hij na doelpunten de ring die hij omhad vanwege het huwelijk met zijn Natascha. De schat.

Carsten Jancker blijkt de kwaadste niet. Of toch wel?

Het is al laat. Gute Nacht.

Elke maand de beste odes en lijstjes in je mailbox? Meld je aan!

Tekst: Sebastiaan de Kroon

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s