Rob Penders – Stok achter de deur

Penders.png

De Nederlandse Eredivisie is een kweekvijver voor talenten. Jonge voetballers nemen onze clubs aan de hand in de jacht op overwinningen. Frivole aanvallers, ja, die zijn er genoeg. Maar roekeloze verdedigers? Nee. Met weemoed kijk ik terug naar de echte Hollandse kerels in de verdediging. Niet lullen, maar voetballen. Een schop in je kloten kun je krijgen. Was getekend, Rob Penders.

Rob is een steunpilaar in de verdediging. Een leider in de laatste linie. Een kerel zonder rare fratsen,  shiny oorbellen of hip kapsel. Een tatoeage? Ben je gek. Rob Penders, de dijk uit Zaandam, kiest na 5,5 seizoen RBC Roosendaal voor een carrière 25 kilometer naar het westen: NAC Breda wordt zijn nieuwe club. Hiermee promoveert hij direct naar de Eredivisie, om vervolgens seizoenenlang in de middenmoot te voetballen. Uitschieters zijn er ook: een 4e en 3e plaats worden bereikt. Maar prijzen? Nee. Het kampioenschap in de eerste divisie, daar blijft het bij.

Ondertussen wordt hij captain van de parel van het zuiden. De aanvoerdersband draagt hij met verve, en ik kan ‘m zo horen coachen. De opponent krijgt een corner? ‘Eerste paal, tweede paal, mannetje!’ Er komt een tegenstander aan: ‘In je rug!’ Na weer een tegengoal, bij het teruglopen naar de middenlijn: ‘Iedereen koppie omhoog!’ Maar ook, bij de aansluitingstreffer: ‘Nu d’r op en d’r over!’ Naar Rob z’n gebrul luister je.

In 11,5 seizoen bij Nac maakt de stopper veel mee. Het spelen met helden als Csaba Féhér, Anouar Diba en Glen Salmon. Maar ook met beroepsprutsers als Tamás Petö, Bart van den Eede en Jürgen Colin. De frivoliteiten van Ali Boussaboun, Joonas Kolkka en de tandem Sergio & Cristiano van dichtbij beleven. Rob was erbij. En bijzijn is meemaken.

De term rots in de branding valt met de jaren steeds vaker samen met zijn naam. Hij is als aanvoerder het verlengstuk van zijn trainer. Maar eigenlijk was-ie nooit zo heel goed. Een slippertje op zijn tijd. Een spits die uit zijn rug loopt. Minstens 5 gele kaarten per seizoen en bijna elk kalenderjaar wel een knullig eigen doelpunt. Vooral de laatste seizoenen zit de nul houden er niet vaak meer in. Wat wil je, met Jelle ten Rouwelaar als vervanger van Gábor Babos in je rug. Het avondje NAC wordt een garantie op doelpunten. Aan welke kant ze vallen is maar de vraag.

Sinds hij is gestopt, wordt NAC achtereenvolgens 13e, 13e, 15e en degradeert het in 2015 als 16e. De stok achter de deur is verdwenen. Misschien was hij toch beter dan ik dacht. En nu? Rob werkt tegenwoordig als jeugdtrainer. Hopelijk leert hij de talenten in de verdediging de kneepjes van het vak. Als zij aan hem een voorbeeld nemen, komen ze er wel.

Tekst: Dirk van den Heuvel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s