Dave van den Bergh – The Flying Dutchman

Alle odes

Dave-van-den-Bergh

Het kwam mij onlangs onder ogen: Van den Bergh bondscoach VS onder-15. Voor mij meer dan gewoon een nieuwtje tussendoor: sinds ik hem voor het eerst over de Nederlandse velden zag dartelen, vielen mij de vele overeenkomsten tussen mijzelf en Dave ‘The Flying Dutchman’ van den Bergh meteen op. Naast ons beider lak aan autoriteit, de kunst een mannetje te passeren met een één-tweetje en een sporadisch goed linkerbeen, vertoonden wij namelijk nog een opvallende gelijkenis: het begin van onze voetbalcarrière stond lang in de schaduw van een net iets betere voetballer. De mijne in die van Wybe, die van Dave in die van niemand minder dan Marc Overmars.

Waar Marc Overmars midden jaren negentig de prijzen aaneenreeg – spelend in het San Siro tot het Münchener Olympiastadion – werkte Dave van den Bergh zijn wedstrijden af op de tweede velden van sportcomplex De Toekomst. Dave’s carrière kwam pas op gang toen hij via Rayo Vallecano en FC Utrecht naar de Verenigde Staten vertrok. De gemoedelijkheid en het aangename klimaat deden Dave naar grote hoogten stijgen en hij schoot zichzelf de jonge geschiedenisboeken in door het enige doelpunt voor de New York Red Bulls te scoren in de strijd om de Western Conference Final.

Maar terug naar de jaren negentig, waarin ik mijn zaterdagen sleet als linksbuiten van de plaatselijke Diepenveen FC. Naast een trainingsveld dat meer uit zand dan gras bestond, oefende vooral het hoofdveld een ongekende aantrekkingskracht op me uit. Met zijn hoge netten achter het doel, overdekte dug-outs en boarding met reclame voor de lokale slager, bakker en fietsenmaker Riemersma, was dit het veld voor de ‘echte’ voetballers. Het gras had de perfecte hoogte, leek altijd vers gesproeid en geurde naar overwinningen. In mijn herinnering wonnen we op dit veld ook altijd onze wedstrijden, geïnspireerd in de wetenschap dat hier de volgende dag het eerste zou voetballen. Het Éérste!

Mijn gouden jaren als amateurvoetballer sleet ik echter dagdromend op de bank of op het tweede veld, terwijl ‘we’ eerst met de D1 en later met de C1 kampioenschap na kampioenschap behaalden. Wanneer de tweede helft vaak al goed en wel begonnen was, mocht ik van de trainer aan mijn warming-up beginnen om vervolgens altijd nog wel een helftje mee te pakken. Dan voelde het alsof ik zo toch nog een aandeel in de overwinning had gehad. Toen het eindelijk tijd was om uit de schaduw van Wybe te stappen bleek dat allemaal toch best tegen te vallen. In tegenstelling tot Dave van den Bergh wilde het met mij maar niet vlotten. Het hoofdveld verloor zijn magische aantrekkingskracht toen Het Eerste naar de vierde klasse degradeerde en mijn goede linkerbeen liet zich steeds sporadischer gelden.

Jaren later, toen ik al goed en wel volwassen was, kwam mijn vader eens de voormalige trainer tegen bij de lokale aspergeboer. Hij vroeg hem op de man af of ik nou een beetje een goede voetballer was vroeger, waarop hij antwoordde: “Weet je, hij was echt mooi weer voetballer. Als de zon scheen, speelde hij de sterren van de hemel. Helaas scheen de zon vaker niet dan wel.” Blijkbaar hadden Dave en ik toch nog iets anders gemeen: pas echt tot wasdom komen in een aangenaam klimaat.

Elke maand de beste odes en lijstjes in je mailbox? Meld je aan!

Tekst: Jorik van Enck

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s