Milan Berck Beelenkamp – Onverwachte Superboer

Alle odes

Milan-Berck-Beelenkamp

Als geboren Eindhovenaar was er in mijn jonge jaren maar één club: PSV. Oké, ik wist dat Ajax ook best wel goed bezig was in de jaren ’90, maar verder was het boeren voor en boeren na. Totdat ik erachter kwam dat ergens anders in het land een supervariant van de simpele Eindhovense boer rondliep. In Doetinchem, zo ontdekte ik al snel door tijdens Studio Sport mijn aandacht een keer tot na de journaalonderbreking erbij te houden. Mijn interesse was direct gewekt.

Vanwege de vele promoties (en degradaties) was het altijd feest op De Vijverberg en bovendien was clubliefde er nog geen vies woord. Ron Olyslager. Jan Vreman. Eric Redeker. Stuk voor stuk lokale helden die de ploeg hun hele carrière trouw bleven. Dat was voor mij De Graafschap. Licht teleurgesteld was ik dan ook toen de Achterhoekers eind jaren ’90 de jeugdopleiding van Ajax leeg begonnen te trekken. Rody Turpijn, Arno Splinter en Milan Berck Beelenkamp waren de eerste spelers die in Doetinchem arriveerden.

Geen Amsterdamse straatschoffies – dat had wellicht nog gepast – maar een kakkineus drietal dat rechtstreeks van het Barlaeus leek te komen. Voor het eerst buiten de ring en dan meteen tussen de Superboeren terechtkomen – ga er maar aan staan. Wat moesten zij in Doetinchem, was mijn eerste gedachte. En ik was niet de enige die de entree van het trio ideale schoonzonen met lede ogen aanzag. De jongens uit de streek krabden zich achter de oren. Oké, zelfs De Vijverberg was in de loop der jaren internationaler en exotischer geworden, maar deze knullen? Vooral Milan Berck Beelenkamp werd vanwege zijn adellijke voorkomen en verenigingsmatje met argusogen bekeken.

Wat bleek? De man met de dubbele achternaam paste zich snel aan in Doetinchem. Ja, het haar zat altijd goed en de mat krulde fier onder de oren vandaan, maar handen uit de mouwen steken was geen probleem. Tegen alle verwachtingen in was Milan geen frêle, lichtvoetige dandy. Geen omhooggevallen jonkheer. Hij was een harde werker. Een waterdrager. Een Superboer. Spelend op een positie waarop inzet de enige kwaliteit is die je nodig hebt: rechtsback.

Van het Amsterdamse drietal hield Berck Beelenkamp het uiteindelijk het langste vol. Arno hield meer van feestjes, Rody ging studeren, maar Milan bleef de Achterhoekers jarenlang trouw. Ik was overtuigd. En Ron, Jan en Eric ook. Ze konden met een gerust hart hun schoenen aan de wilgen hangen. Milan was er nu. De onverwachte Superboer.

Elke maand de beste odes en lijstjes in je mailbox? Meld je aan!

Tekst: Erik Molkenboer

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s