Edward Metgod – Doelman met Goddelijke status

Alle odes

Edward-Metgod

8 mei 1994 was een koude zondagmiddag voor de tijd van het jaar. De zon brak maar niet door het donkergrijze wolkendek en koude windvlagen sloegen ons om de oren. De Adelaarshorst lag er dreigend bij, met zijn hoge muren die recht omhoog de hemel in staken. Het maakte een behoorlijk imposante indruk op de jongetjes uit de F1 van de Diepenveensche Sport Club, DSC.

Het Go Ahead Eagles van Henk ten Cate nam het onder leiding van Dick van Egmond op tegen het Sparta van Han Berger. Sparta werd, ondanks de aanwezigheid van imposante spelers als Winston Bogarde, Gérard de Nooijer en Carlos Fortes, toch niet onverslaanbaar geacht en onze jonge harten waren vervuld met hoop.

Warm gekleed beklommen we de, in onze ogen, gigantische stadionbanken en vol verwachting namen we plaats op de koude en steenharde tribunes, achter het doel van de keeper van de Eagles. En wat zouden we veel doelpunten zien. Van de tegenstander weliswaar, maar wat dan nog. Dit was onze allereerste échte voetbalwedstrijd in een écht voetbalstadion, met voetballers zo dichtbij dat je ze bijna aan kon raken.

We waren allemaal warm aangekleed toen het fluitsignaal de aftrap van de wedstrijd aankondigde. Al na zeven minuten mocht Jan Bos de bal uit het net vissen na het eerste doelpunt van Bogarde. Het zou de opmaat zijn tot een kansloze 1-5 verliespartij. Slechts eenmaal hadden wij reden tot juichen, toen Paul Bosvelt in de 33e minuut een doelpunt voor zijn rekening nam en tekende voor de 1-2.

In alle eerlijkheid bleef me van die eerste helft eigenlijk niet al te veel bij. Tijdens het juichen was ik namelijk hoog opgesprongen en op mijn tas beland. Mijn tas waarin zich een pakje Sultana’s en Fristi bevonden. Het eerste was tot kruimels vertrapt en het laatste droop mierzoet geurend en roze over de stadionbanken naar beneden, terwijl ik als 7-jarige wanhopig probeerde mijn tranen te bedwingen.

Mijn aandacht werd pas echt gegrepen tijdens de tweede helft, toen we na de rust plaatsnamen achter de goal van de tegenstander. Tussen de palen stond een telg uit een beroemde Nederlandse voetbalfamilie. Terwijl zijn broer John zijn imposante carrière afsloot bij Feyenoord, stond Edward Metgod na acht succesvolle jaren bij Haarlem (en een Goddelijke status rijker) het doel van de rood-witte Spartanen te verdedigen.

Hoewel er niet getwijfeld hoeft te worden aan Edwards keeperskwaliteiten, was dat niet wat me bijbleef. Nee, Metgod had die tweede helft zo weinig te doen, dat hij zich af en toe even naar het publiek omdraaide om een blik op de tribunes te werpen. Op een gegeven moment leek hij even glimlachend zijn duim naar mij op te steken. Al snel verdween het geknapte pakje Fristi uit mijn gedachten en gebiologeerd bleef ik elke beweging van de doelman volgen. Toen hij de spaarzame doelpogingen die de Eagles produceerden ook nog vakkundig uit zijn doel ranselde, was ik om.

Op die koude zondagmiddag in mei verliet ik na het laatste fluitsignaal terneergeslagen het stadion. Weliswaar een illusie armer, maar ook een voetbalheld rijker. Vanaf die dag zou mijn vader zich elke zondagavond tijdens Studio Sport weer afvragen waarom ik toch voor de buis bleef zitten, zelfs wanneer de wedstrijden van de traditionele top drie gespeeld waren. Maar ik moest en zou zien of Edward Metgod nog eens zijn duim naar me op zou steken.

Elke maand de beste odes en lijstjes in je mailbox? Meld je aan!

Tekst: Jorik van Enck

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s