Stijn Vreven – Indiaan uit Vlaanderen

Alle odes

Stijn-Vreven

Van moderne ‘backs’ wordt tegenwoordig verwacht dat ze per wedstrijd tien keer de achterlijn halen en na een driedubbele schaar de bal keurig op de stropdas van de midvoor deponeren. Aanvallen is het devies. Vroeger was dat wel anders. In de jaren zeventig schopten vleugelverdedigers ‘naar alles wat bewoog’, als we de woorden van professioneel bromsnor en voormalig linksachter Johan Derksen mogen geloven. De man óf de bal mag er langs. Niet allebei. Die tijd is echter voorbij.

Reden genoeg om met weemoed – en misschien wel met knikkende knieën – terug te blikken naar de laatste, ouderwetse rechtsback die de hoogste voetbalafdeling van Nederland heeft gekend: Stijn Vreven.

De ‘Vlaamse indiaan’ maakte vanaf 1993 furore op de Belgische en Nederlandse velden en viel niet alleen op door zijn mahoniehouten paardenstaart. Net als actieheld en evenbeeld Steven Seagal, vond Stijn het namelijk geen probleem om er af en toe met twee benen in te vliegen. De frêle nummer 11 van de tegenstander had een zware avond op bezoek in de Galgenwaard. Regelmatig was het zoeken naar de knieschijf van de linksvoor die, na een bikkelharde overtreding van Vreven, uren later in de tweede ring van het stadion werd teruggevonden.

Soit, Stijn was een betere speler zónder, dan met bal, maar dat maakte voor de supporters van FC Utrecht, waar de Belg al snel na zijn komst tot cultheld uitgroeide, niets uit. Vreven werd op handen gedragen door de aanhang van zijn ploeg, al was dat in de kleedkamer wel anders. De kuitenbijter kwam regelmatig in aanvaring met zijn medespelers en trainers, die hij een te lage werkethiek verweet. Die strubbelingen leverden Stijn veel stress op. Gelukkig had de verdediger daarvoor een wekelijkse uitlaatklep: de voetbalpot op zaterdag.

In de herfst van zijn carrière, Vreven speelde inmiddels voor het Belgische Sint-Truiden, werd er een hevig type diabetes bij de verdediger geconstateerd. Volgens de dokter waren de stressvolle jaren in het profvoetbal debet aan de suikerziekte. Naar eigen zeggen zou degradatie naar de tweede klasse hem te veel worden. Die kon Stijn, met zijn vierendertig jaar nog steeds de aanjager van de ploeg, echter niet voorkomen. De Vlaamse driftkikker probeerde het nog bij vierdeklasser KESK Leopoldsburg, maar in de krochten van het Belgische voetbal ging Vreven uiteindelijk roemloos ten onder.

Het Beest uit Hasselt komt er echter weer snel bovenop. Dit keer niet als speler, maar als trainer. Hoe kan het ook anders: ook als oefenmeester komt de Vlaming bij tijd en wijlen negatief in het nieuws. Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. De keurige geknipte keuzeheer, de gelstaart is inmiddels verleden tijd, werkt zich in rap tempo via obscure clubs als Esperanza Neerpelt en Lommel United op naar de Belgische Jupiler League.

Met Waasland-Beveren mag hij komend seizoen gaan vechten tegen degradatie. Vrouwen en kinderen eerst. Dat werk. Gelukkig is die taak bij onze favoriete Belgische beuker ongetwijfeld in goede handen.

Elke maand de beste odes en lijstjes in je mailbox? Meld je aan!

Tekst: Niek Leermakers

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s